Online Roulette

Live Roulette HD bij Kroon Casino

Inzet combinaties
Wij hebben reeds gezien dat de croupiers onder andere tot taak hebben de spelers te helpen bij hun inzetten. Deze taak wordt bij voorkeur waargenomen door degenen die aan het hoofd van de tafel zitten, de zogenaamde bouts de tabel.
Het voordeel hiervan is dat men niet genoodzaakt zelf zijn jetons over het tableau te “strooien “, waarbij men soms anderen hindert en het overzicht verliest over zijn inzetten. Door de hulp van de croupier verkrijgt men meer rust aan de tafels en minder kans op vergissingen. Nu zijn er in de loop der jaren enkele inzetcombinaties ontwikkeld ten behoeve van degenen die zoveel mogelijk “verstandig” willen inzetten en zoveel mogelijk nummers willen “bestrijken”, om daardoor de kansen aan hun zijde te krijgen. In ieder casino worden blaadjes uitgereikt waarop men kan zien welke “combinaties” geaccepteerd worden. De klant hoeft slechts de naam van een van die combinaties te noemen, het benodigde aantal jetons aan de croupier te overhandigen en zijn order wordt prompt uitgevoerd. Let wel, het gaat hierbij dus niet om spelers die als het ware de strijd met de roulette willen aanbinden (de zogenaamde “systeemspelers”, over wie wij het straks zullen hebben), maar om verstandige gemakzuchtigen. Wij geven hier een opsomming van de voornaamste, internationaal gebruikelijke combinaties, die men dus annonceren kan:
f. De buurnummers (voisins). Men annonceert bijvoorbeeld: .• Cinq et voisins” (Vijf en zijn buren), geeft de croupier drie (gelijke) jetons en deze zet op 5 en op 1 0 en 24 (laatstgenoemde twee getallen bevinden zich namelijk op de rouletteschijf aan weerszijden van de 5). Deze wijze van inzetten kan zover het casino dat toelaat, worden uitgebreid tot meer vo is ins. Welke de voisins zijn, ziet men op het bedoelde blaadje.
2. De eindnummers (finales). Men geeft bijvoorbeeld de croupier een plaque van honderd gulden, zeggende: “Finales 3, met 20 gulden.” De croupier zet J 20 op 3, J 20 op 13, J 20 op 23 en f 20 op 33 en geeft f 20 terug. Dit spel kan men, gezien het feit dat de nummers niet hoger gaan dan 36, dus spelen met vier stuks voor de finales 0, 1, 2, 3, 4, 5 en 6, en met drie stuks voor de finales 7, 8 en 9 (dus 7, 17 en 27, want 37 bestaat niet).
3. De grote serie (Duits: grosse Serie, Frans: les voisins de zéro). Dit is een inzet op 17 nummers, namelijk de negen die zich links en de zeven die zich rechts van de o op de rouletteschijf bevinden, plus de 0 zelf (nummers tussen 22 en 25). Men geeft de croupier negen stuks, waarop deze zet: 0-2-3 (twee stuks), 4-7, 12-15, 18-21, 19-22 (alle één), 25-29 (twee stuks) en 32-35 (één).

4. De serie 5/8 (in Frankrijk spreekt men van Ie tiers du cylindre). Deze inzet wordt gespeeld door de volgende zes chevaux: 5-8,10-11,13-16,23-24,27-30 en 33-36 en vereist dus zes stuks, waarmee men een derde van het “veld” bestrijkt. Naast de grote serie en de serie 5/8 blijven nog acht nummers op de rouletteschijf over, die men eveneens gezamenlijk spelen kan, onder de naam:
5. Orphelins(=”wezen”, in het Frans ook les bätards genoemd en die men niet moet verwarren met het begrip orphelin voor vergeten jetons; zie boven). Dit zijn de nummers: 1,6,9,14,17,20,31 en 34, dus acht stuks (met vijf stuks zet men ook à cheval, waarbij de 1 plein wordt gezet en verder 6-9,14-17,17-20 en 31-34). Voor een beter begrip van dit alles zij verwezen naar de afbeeldingen op bladzijde 105.
Strategieën
Zolang de roulette in casino’s geëxploiteerd wordt, zijn er mensen geweest die geprobeerd hebben de strijd met de machine aan te binden. Bekend is het gezegde van Napoleon: .Le calcui vaincra la roulette” (De berekening zal de roulette overwinnen). Bekende strijders zijn ook geweest Dostojevski en onze eigen Eduard Douwes Dekker, alias Multatuli (die trouwens ook op ander terrein bewezen heeft de strijd niet te schuwen).

Laat ons eens nagaan of men bij de roulette met een strijd te maken heeft die niet bij voorbaat verloren is. Wanneer men de strijd met iemand aanbindt, mag men een der elementaire regels van de strategie niet uit het oog verliezen, namelijk dat men de kracht van zijn tegenstander moet kennen. Men dient zich dus te herinneren dat bij de roulette de grotere kans (of om een lelijk; maar duidelijk woord te gebruiken: de meerkans) van de bank tegenover de speler, bestaande in de zero, 1/37 of 2,7% bedraagt bij de nummers en 1,3% bij de enkelvoudige kansen. Laat ons hieraan direct toevoegen dat men de Belgen niet voor filantropen moet aanzien omdat bij hen zonder 0 wordt gespeeld. Integendeel, zij hebben zeer wel ingezien dat het spel op deze manier een gok wordt, niet alleen voor de speler, maar ook voor de bank. En daar is het de bank niet om te doen; die wil zaken doen en kan bovendien niet geacht worden haar mooie gebouwen en lokalen gratis ter beschikking te stellen. Daarom heft men in België 7% van de speler en aangezien de bank daar het grootste gedeelte van krijgt (de rest is de belasting voor de staat), komt ze ruimschoots aan haar trekken.
Toch mag men niet klagen over die meerkans van de bank. Roulette is een van de fatsoenlijkste spelen tegenover de speler. Ter vergelijking een paar cijfers. Bij het jeu de boule, dat in vrijwel alle 150 Franse casino’s bedreven wordt, evenals in het keurige Zwitserland, is de meerkans maar eventjes 11,11% (tussen haakjes, al deze percentages zijn door knappe wiskundige koppen uitgerekend). Het “netste” spel voor de speler is trente-et-quarante, want daarbij heeft de bank maar 1 iVo meerkans. Begrijpelijk is dat dit spel slechts in enkele casino’s voorkomt, zoals in Monte Ca rio en in Nice. In laatstgenoemde plaats gaat men er tegen heug en meug mee door vanwege de concurrentie met Monte Carlo, maar af en toe sluit men een jaar af met verlies op dit spel. Maar de argeloze speler die zich van dit alles niet bewust is, gaat rustig door zijn kans te beproeven met boule, waarbij hij meer dan 11 % op de bank achterligt. Dit is allemaal echter nog niets vergeleken met ettelijke andere vormen van hazardspel waaraan de speler zich met vreugde en hoop overgeeft. Hoorden wij daar het woord Staatsloterij? Artikel 8 van de Wet op de Kansspelen bepaalt dienaangaande dat tenminste twee derde gedeelte van de door de deelnemers (dus de kopers van loten) betaalde sommen aan prijzen wordt uitgeloofd.
AI steek t de roulette met haar 1,3 à 2,7% daarbij alle gunstigst af, toch valt niet te loochenen dat de bank een ijzersterke winstpositie heeft. François Blanc, de grote magiër van Hamburg en Monte Carlo, had dan ook groot gelijk toen hij eens, nadat hem was gevraagd of rood dan wel zwart dikwijls won, antwoordde: .. Rouge gagne souvent et noir gagne souvent, mais blanc gagne toujours. ” (Rood wint vaak en zwart wint vaak, maar wit, blanc, wint altijd.) Toch zou het niet juist zijn te beweren dat men maar raak moet spelen, omdat er toch geen kruid tegen de grotere 108 macht van de bank gewassen is. Men kan wel degelijk

proberen te winnen, maar dit km alleen door organisatie bij het inzetten; wij bedoelen door het bedrag van die inzet te variëren in overeenstemming met het behaalde resultaat.
Wij hebben ons bij het bezoeken van een casino er altijd over verbaasd daar om de tafels een aantal, meest oudere dames bezig te zien met het op een papiertje alleen maa; ijverig noteren van ieder nummer en elke kleur, zonder daaraan enige andere consequentie te verbinden dan het zetten op rood wanneer het baUetje toevallig driemaal op zwarte nummers was blijven liggen. Wanneer men dit doet zonder zijn inzet te veranderen, begaat men de principiële fout (zeg maar gerust: denkfout) te geloven dat het balletje er een geheugen op na houdt en dat er dus een logische samenhang is tussen het gebeuren dat zojuist heeft plaatsgevonden en hetgeen gaat volgen. Dezelfde fout wordt gemaakt door al diegenen wier systeem (in Frankrijk zou men zeggen hun martingale) uitsluitend bestaat in het foute geloof aan de gelijke verdeling, aan het automatisch terugkeren van het evenwicht. Dit systeem, attaque genaamd, bestaat bijvoorbeeld in het spelen van aldoor dezelfde enkelvoudige kans (altijd zwart, altijd even enzovoort) of het spelen van l’a/ternance (de afwisseling), dat wil zeggen een keer zwart, een keer rood, een keer zwart, een keer rood enzcvoort. Een variant hierop is de zogenaamde tournante, waarbij men de enkelvoudige kansen speelt en daartoe OIT de tafel heen draait, dus: eerste keer manque. tweede keer impair. derde keer rouge. vierde keer zwart, vijfde keer pair, zesde keer passe. De fout van deze systemen is dat men zijn kansen helemaal niet verbetert en dat men regelrecht ingaat tegen het systeem dat is opgezet om het casino te laten winnen. Wie zo speelt, negeert de enige echte “wet van het toeval”, namelijk die der grote getallen. Deze komt hierop neer dat slechts bij een zeer groot aantal draaibeurten het aantal keren dat bijvoorbeeld rood uitkomt ongeveer gelijk wordt aan dat van zwart. Of anders gezegd: de kans op afwijking van het gemiddelde wordt kleiner naarmate het aantal coups toeneemt.
Volstrekt waardeloos is, zoals ieder nuchter mens begrijpen zal, het nauwgezet besiuderen van de zogenaamde permanences. die sommige blaadjes in casinoplaatsen. publiceren en die een overzicht bevatten van alle uitgekomen nummers gedurende een bepaalde periode.
Wij willen de lezer niet verwarren door het hanteren van verouderde termen als paroli, massage, descendante, montante e.d., maar liever overgaan tot het beschrijven van enkele systemen die het naar onze smaak beter doen, omdat ze het zoeken in een verstandige beheersing van de inzet, waardoor men de kans krijgt het eventueel verlorene terug te winnen. Bij het begin beginnend noemen wij de martingale van de vergeef ons dat we toch nog even met een vreemde naam komen) montante géométrique. Die bestaat in het bekende verdubbelingssysteem. Men zet één jeton op bijvoorbeeld zwart. Rood komt uit. Men speelt opnieuw zwart, met twee jetons, dan met vier. Aldoor mislukt het. Vervolgens zet men acht, daarna zestien enzovoort. Natuurlijk, als bij de zesde keer dat men opzet, zwart uitkomt, krijgt men 32 jetons uitbetaald op de 32 die men ingezet heeft. Men haalt dus 64 jetons uit het spel, maar heeft inmiddels al 63 stuks verspeeld, zodat men uiteindelijk maar één jeton gewonnen heeft, hetgeen nu niet bepaald een schitterende beloning mag heten voor zoveel inspanning en risico. Bovendien moet men, als een lange serie rood tegenzit en men bijvoorbeeld met jetons van f 10 speelt, voor de kleine winst die men kan behalen, een behoorlijke som geld bij zich hebben. Tenslotte kan men zich ook te pletter lopen op het vastgestelde maximum. Om verwarring te voorkomen spreken wij in het vervolg niet meer van jetons, maar van stuks.
Voordat wij overgaan tot het beschrijven van een onzes inziens veel beter systeem, willen wij nog twee systemen noemen die erg populair zijn.
Het eerste is het zogenaamde d’Alembert (waarvan wij niet weten of het werkelijk een uitvinding is van de bekende achttiende-eeuwse mathematicus en encyclopedist). Het is eenvoudig: bij verlies verhoogt men de inzet met een stuk en bij winst doet men er een af. Men begint bijvoorbeeld met drie stuks. In geval van winst bij de eerste draaibeurt (wij gebruiken in het vervolg het meer gangbare woord coup) zet men twee stuks in bij de tweede coup. Bij verlies zou men er vier hebben gespeeld.

o Als we even veronderstellen dat vijf verliezende coups gevolgd worden door vier winnende, dan worden, als men met één stuk gestart is, ce respectieve verliezen en winsten de volgende: -1, – 2, – 3, – 4, – 5, + 6, + 5, + 4, + 3. Dus: een verlies van lS en een winst van 18, derhalve slotwinst 3. Dit is dus al beter dan bij de beschreven martingale. Bovendien gaat de progressie langzamer, zodat men niet zoveel geld op zak hoeft te hebben als bij het eerste systeem.
Een ander systeem is het volgende. Men begint met bijvoorbeeld tien coups alleen maar het spel te bekijken, zonder te zetten. Iedere transversale simple die gedraaid wordt, noteert men op een stukje papier. Men schrijft tevens op welke transversale simple het minst (of helemaal niet) is uitgekomen. Volgens de wet van het evenwicht moet deze bij een van de eerstvolgende coups verschijnen. Dus begint men in te zetten. Gaat de eerste inzet verloren, dan zet men diezelfde transversale simple nog eens, nu met een verhoogd bedrag en men blijft daarbij, zelfs wanneer men drie- of viermaal verliest. De transversale met haar zes nummers kan niet zolang uitblijven als een enkel nummer, en zie, bij de vijfde coup verschijnt de transversale waarop men heeft gezet. Nu heeft men het verlies eruit en nog een winst erbij.
Voorbeeld: Een speler heeft aan de tafel waargenomen dat de transversale simple met de nummers 7 tot en met 12 gedurende tien coups niet is uitgekomen. Dus zet hij op deze kans de minimuminzet van f 2. Bij de volgende coup verschijnt, helaas, geer. van de getallen 7 tot en met 12, dus is hij zijn inzet kwijt. Hij verdubbelt voor de volgende coup zijn inzet tot f 4. Weer heeft hij pech. Hij verhoogt weer en zet f 6. Hij verliest opnieuw en zet f 8, daarna f lOop het spel. En de vijfde coup brengt het nummer 10 ofte wel een van de nummers uit zijn kans. Hij krijgt nu uitbetaald 5 x f 10 = f 50 plus zijn inzet van f 10. Bij de vier verloren coups heeft hij aan inzetten verloren f 20. De slotwinst is dus 130.
Als hij aldoor verdubbeld had, zouden wij het volgende beeld krijgen: eerste inzet J 2, tweede .r 4, derde .r 8, vierde j’ 16, vijfde f 32. Hij krijgt dan dus 5 x J 32 = .r 160 plus J 32 inzet terug. Zijn verliezen beliepen f 30.
Hij heeft dus een eindwinst van f 130 uit het spel gehaald. Het enige bezwaar dat wij tegen dit systeem kunnen inbrengen, is dat het afhankelijk blijft van de wet van het evenwicht. Het is denkbaar dat de bewuste transversale in het geheel niet verschijnt of zo laat dat de speler aan het maximum komt, dat in dit geval op f 480 ligt.

Daarom blijven wij de voorkeur geven aan ons eigen, hierboven reeds aangekondigde systeem, dat naar men zegt de naam montante americana draagt (zonder twijfel omdat de speler over een behoorlijke kas moet beschikken om het te kunnen toepassen, een cave, zoals men in Frankrijk zegt, die alleen rijke Amerikanen zich kunnen permitteren). Maar zo erg is het nu ook weer niet, want wij kunnen hierover uit ervaring spreken. Wij hebben het namelijk in onze onbezonnen jeugd ettelijke malen in de praktijk geprobeerd en steeds met gunstig resultaat. Dat wij er nochtans niet rijk van geworden zijn, vindt zijn verklaring in de omstandigheid dat men meer geduld moet bezitten dan waarover de gemiddelde speler beschikt en dat men zich niet de luxe kan permitteren er ook maar een ogenblik van af te wijken, zelfs niet als men ondertussen een nummer ziet uitkomen dat men juist in zijn hoofd had, zodat men het dus diep betreurt dat men het niet heeft “ingebouwd”, om aldus met één slag veel meer te winnen dan men met het pietepeuterige systeemgedoe ooit kan bereiken! Maar als men de kracht kan opbrengen om er zich echt aan te houden, mag men rekenen op winst.
We zullen het geduld van de lezer niet langer op de proef stellen en gaan over tot de beschrijving van deze travail con/re la roulette. Men neemt aan de speeltafel plaats en schrijft op een stukje papier onder elkaar een rijtje nummers op, namelijk 1, 2, 3, 4, 5, 6. Let wel, deze nummers hebben niets te maken met die op het tableau, maar dienen alleen ter berekening van het bedrag dat men moet inzetten. Men speelt een enkelvoudige kans, bijvoorbeeld rood. Het systeem is nu dat men begint met in te zetten de som van het bovenste en het onderste cijfer van het rijtje dat men op zijn papier heeft geschreven, in dit geval dus 7. Wij spreken weer van stuks. Wanneer men wint, krijgt men dus 7 stuks uitbetaald. In dat geval schrapt men de cijfers 1 en 6 van het rijtje en speelt vervolgens de som van de overgebleven onderste en bovenste cijfers, in dit geval 2 en 5, dus weer 7. Had men de eerste 7 stuks verloren, dan had men het cijfer 7 moeten toevoegen onder aan het rijtje, zodat dit er als volgt uit zou zien: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7. Men moet dan bij de volgende coup weer de som van het bovenste en onderste cijfer (let wel: met verwaarlozing van de doorgeschrapte) van het rijtje inzetten, in dit geval 8. En zo gaat men door. Als het tegenloopt, kan er op die manier natuurlijk een ellenlange cijferrij ontstaan, maar … op de lange duur zijn alle cijfers van het rijtje doorgeschrapt. Immers: bij winst schrapt men er twee en bij verlies voegt men er één aan toe. Als alle cijfers van het rijtje (of van de lange rij) geschrapt zijn, is de winst 21 stuks, hoe lang of hoe kort het rijtje ook is. Wij weten uit ervaring dat, als er een lange serie van een andere kleur tegenzit, het rijtje lang kan worden en dat men dan tamelijk hoog moet kunnen inzetten, altijd maar weer met het dan niet direct tot juichen uitnodigende vooruitzicht aan het~lot 21 stuks te verdienen. Wanneer men echter met niet te grote eenheden (stuks) werkt, dan duurt het zeer lang voordat men met dit systeem het maximum nadert, dat immers voor de enkelvoudige kansen veel hoger ligt (respectievelijk op 1 2400,/6000 en 112.000). Als men met het laagste minimum speelt, dat bij ons 1 2 is (er zijn dus ook geen jetons van lagere waarde), dan start men dus met 7 stuks = 1 14 en de winst die men bereiken kan, is 21 stuks of 1 42. Moet men om dit te bereiken bijvoorbeeld op een gegeven moment om dóór te gaan 300 stuks = 1 600 inzetten, dan wordt men wel even zenuwachtig. Maar wij kunnen u verzekeren, dat de aanhouder, die koppig doorgaat, wint. Ook het verschijnen van de 0 kan geen roet in het eten gooien. Immers, gaat men en prison en komt bij de volgende coup de goede kleur, dan gebeurt er niets. Komt de verkeerde kleur, dan boekt men de coup als verlies door het verloren aantal stuks onder aan het rijtje toe te voegen. Wanneer men met eenheden van bijvoorbeeld f 10 speelt, wordt de winst vanzelfsprekend f 210. Dan stijgen echter ook de inzetten en de kans dat men toch tegen de lamp van het maximum oploopt. Het feit dat het ons lang niet altijd is gelukt de nodige zelfbeheersing op te brengen om dit spel door te zetten (weshalve wij er ook helaas niet de basis voor een fortuin mee hebben gelegd), moge de aspirant-speler tot voorzichtigheid manen. Wel hebben wij ons eens laten vertellen dat met name in Monte Carlo de directie, die het moe werd dat beoefenaars van dit systeem plaatsen aan de tafels in beslag namen om op deze wijze iedere middag of avond enkele honderden franks te komen weghalen, aan bepaalde oudere dametjes een jaargeldje aanbood met de voorwaarde voortaan weg te blijven. Wij kunnen onze Nationale Stichting Casinospelen geruststellen: zelfs na ijverige navraag hebben wij nooit een formele bevestiging van het verhaal over die “pensioentjes” kunnen krijgen.’ Het is een bekend feit dat bij alle grote casino’s individuen opduiken die zogenaamd onfeilbare .systemen te koop aanbieden. Terecht kan de cliënt zich dan afvragen waarom de uitvinder van het systeem het niet zelf toepast in plaats van het altruïstisch aan anderen aan te bieden. De uitvinder zal dan meestal antwoorden dat de directie hem de toegang tot de speeltafels heeft ontzegd wegens het feit dat hij altijd won. Hij verzwijgt dan gemakshalve dat op die grond nog nooit iemand in een behoorlijk casino is geweigerd.

De croupier laat het .Faites vosjeux”horen en de spelers zetten in. Daarmee kunnen zij doorgaan tot het ogenblik waarop het .Rien ne va plus” heeft geklonken. Het staat elke speler vrij zoveel inzetten te doen als hij wil, natuurlijk met inachtneming van de voorgeschreven maxima en minima.

Nadat het balletje op een nummer is gevallen, kondigt de croupier met luider stem het nummer, de kleur en de winnende enkelvoudige kansen aan, bijvoorbeeld ,,3, rouge, impair et manque” of ,,26, noir, pair et passe” en wijst met zijn hark op de tafel het betrokken nummer aan, om dit op duidelijke wijze aan het publiek bekend te maken. Onmiddellijk hierna verzamelt een van de croupiers met zijn hark de verloren inzetten, die hij in zijn kassa opbergt. Op het tableau blijven dan dus alleen de inzetten over die gewonnen hebben. De betaling daarvan, die onmiddellijk volgt op de incassering van de verliezen, geschiedt bij voorkeur door een andere croupier, maar mag in geen geval plaatshebben uit de bijeengeharkte inzetten. De uitbetalingen dienen altijd te geschieden in deze volgorde: kolommen en dozijnen, enkelvoudige kansen (rood, zwart, even, oneven, passe en manque), daarna de transvers ales en de carrés, tenslotte de chevaux en het allerlaatst het volle nummer. De croupier aan het einde van het tableau, die eerst al de spelers geholpen heeft bij hun inzetten, heeft bij de betaling de speciale taak erop te letten dat alles ordelijk verloopt, zodat bijvoorbeeld geen spelers een hun niet toekomende betaling incasseren, dat er niet geredetwist wordt enzovoort. Wanneer men een speler erop betrapt dat hij een hem niet toekomende inzet opstrijkt, krijgt hij een waarschuwing en hij wordt verder streng in het oog gehouden. Bij herhaling loopt hij kans dat men hem verzoekt het casino te verlaten. Geldbedragen of inzetten die op de tafels zijn achtergelaten of gedurende het spel in de steek zijn gelaten, zonder dat men weet aan wie ze toebehoren, worden, met hun eventueel gecumuleerde winst, geacht gedurende ten hoogste drie draaibeurten het eigendom te -blijven van degene die zijn recht daarop onomstotelijk kan bewijzen. Als zich na deze drie coups nog niemand gemeld heeft, valt het bedrag van deze zogenaamde orphelins aan de bank. Men verwarre overigens dit woord orphelin niet met dezelfde benaming die men tegenwoordig geeft aan een bepaalde serie van acht nummers die men kan annonceren als inzet (het betreft de nummers 1, 6,9, 14, 17,20, 31 en 34).
Zodra alle betalingen zijn verricht, klinkt weer het .Faites vos jeux” en wordt opnieuw begonnen. Volledigheidshalve zij nog opgemerkt dat spelers die bij de vorige draaibeurt gewonnen hebben, hun winst kunnen laten staan. In de regel vergt ieder spel, van de lancering van het balletje tot en met de uitbetaling, nog geen twee minuten. Het inzetten meegerekend worden per tafel in een twaalfurige speel periode wel eens 500 coups gemaakt.
Kleurenroulette
Gezien het gemak waarmee, vooral na de laatste wereldoorlog, gebruiken en uitvindingen van de overzijde van de Atlantische Oceaan door ons, Europeanen, zijn overgenomen, kon het haast niet anders of ook op casinogebied zouden enkele noviteiten uit de Verenigde Staten hier hun intrede doen. We hebben gezien hoe in Schijf van de roulette americana Totaal 38 nummers, 18 rood, 18 zwart, 2 nullen (grijs). Rode en zwarte nummers komen overeen mei die van Franse roulette. Evenals bij de Franse roulette is de som der gelal/en van iedere helft 333. Nummering van de roulette americana:
De nullen liggen tegenover elkaar. De nummers die op elkaar volgen, liggen diametraal tegenover elkaar bijvoorbeeld:(J-2) (7-8) (9-10).
De som van de nummers van een zelfde kleur die elkaar opvolgen is 37. Voorbeelden: 4 en 33 (zwart), 23 en 14 (rood), maar bij de nul/en loopt het mis. De dubbele nul wordt geflankeerd door twee rode, en de enkele door twee zwarte nummers. 9 en 28 vormen samen we137, maar 28 is zwart en 9 is rood. Hetzelfde geldt voor 27 en 10 (bij de andere nul), want 27 is rood en 10 is zwart. Deze tafel zult u niet in ons land aantreffen! Frankrijk in 1969 drie Amerikaanse spelen werden toegevoegd aan de lijst der geoorloofde, die reeds eerder hun entree in Groot-Brittannië (en in Monaco) hadden gemaakt, te weten de zogenaamde Amerikaanse roulette, blackjack en craps.
De – wij zeggen opzettelijk: zogenaamde – Amerikaanse roulette verdient in dit hoofdstuk echter even onze aandacht, omdat daaromtrent verwarring heerst. Wat zijn de verschillen tussen de gewone roulette en de Amerikaanse?
Alleen blackjack werd een groot succes: vooral in Engeland is het zeer populair en in Frankrijk is het bezig het daar ingewortelde baccara enigszins te verdringen. Vandaar is het reeds overgewaaid naar Oostenrijk, Duitsland en Portugal.

1. De Amerikaanse roulette heeft twee zero’s.
2. De volgorde van de nummers op de draaischijf is totaal anders.
3. Bij de Amerikaanse roulette is er per tableau slechts plaats voor zeven spelers.
4. Ieder van die zeven spelers speelt met jetons van een bepaaJde, voor iedere speler andere, kleur. 5. De waarde die de speler aan zijn jetons wil toekennen, mag variëren tussen het minimum en het maximum dat voor de tafel is vastgesteld. Te dien einde wordt aan de rand van de cilinder een marker geplaatst en wel boven op een vakje waarin zich een jeton bevindt in de door de speler gekozen kleur. De marker geeft de gekozen waarde aan.
6. Bij de Amerikaanse roulette zijn, als een van de twee zero’s gedraaid wordt, aJle enkelvoudige kansen verloren. Er is dus geen mogelijkheid om en prison te gaan.
7. Bij de Amerikaanse roulette kan men niet zetten op twee kolommen of twee dozijnen (à cheval).
8. Tenslotte geeft de Amerikaanse roulette de kans om op de eerste vijfnummers te spelen (de twee zero’s + 1,2,3), hetgeen zesvoudige winst oplevert.
Uit het bovenstaande is duidelijk dat het grote voordeel van de Amerikaanse roulette bestaat in de snellere afwikkeling van het spel: door de “eigen” kleur van iedere speler is de uitbetaling gemakkelijker en de kans op verwarring (of ruzie) onder de spelers kleiner. Ok het geringe aantal spelers werkt versnellend. Hiermee IS echter alles gezegd, want overigens biedt de Amerikaanse roulette slechts nadelen voor de spelers (zie hierboven onder 1, 6 en 7).
Men had dit in de Europese casino’s spoedig begrepen e,n het gevolg is dat men hier en daar wel zogenaamde Amerikaanse roulettetafels aantreft maar die hebben in wezen slechts het voordeel van de persoonlijks’ kleur van de jetons behouden en werken in ieder geval ni~! met de dubbele zero. Naar onze mening verdienen ZIJ dus de naam Amerikaanse roulette niet en kan men ze beter kleurenroulette noemen, of zoals in Oostenrijk: Schnelltische (ofschoon die weer de eigenaardigheid vertonen dat de spelers staan en niet zitten). Vermoedelijk zullen ze eerlang ook wel hun intrede in onze casino’s doen, waarvoor geen bijzondere toestemming nodig schijnt, gezien de geringe en geenszins principiële afwijking van de gewone roulette.
Nu wij hebben beschreven hoe men roulette speelt, willen wij, voordat wij verder gaan met een bespreking van andere spelen, nog even ingaan op diverse systemen van inzetten en op het geloof dat velen blijven hechten aan “onfeilbare” systemen om het te winnen van de onverstoorbare roulette.

Dozijnen en kolommen. Deze zijn reeds besproken. Uitbetaling 2 x.

Sommige casino’s, lang niet alle, staan toe dat men inzet à cheval tussen twee dozijnen of twee kolommen. Daartoe zijn er dus in totaal vier mogelijkheden. Men speelt dan op 24 nummers en in geval van winst is de uitbetaling 1(2 x de inzet. Het spreekt vanzelf dat men deze inzet niet kan doen met het voor de tafel vastgestelde minimum. Immers, de bank zou niet eens over halve jetons beschikken voor de betaling.

Zero (nul). Als deze verschijnt, zijn alle inzetten op andere nummers dan de ° (of die op bovenbeschreven manier met de 0 gecombineerd zijn) verloren. De spelers op de enkelvoudige kansen kunnen dan kiezen tussen twee mogelijkheden: zij kunnen de helft van hun inzet uitbetaald krijgen, of zogenaamd en prison gaan, hetgeen betekent dat hun inzet wordt gereserveerd op de daartoe bestemde lijn (parallel aan de zijkant van het tableau). Wanneer de volgende draaibeurt hun kans doet uitkomen, mogen zij met dezelfde inzet verder spelen. in het tegenovergestelde geval zijn zij hun inzet kwijt. Brengt de daaropvolgende draaibeurt weer de 0, dan wordt dezelfde kans aan de speler gelaten, met dien verstande dat de oorspronkelijke inzet de helft van zijn waarde heeft verloren. Verschijnt de 0 voor de derde maal, dan is de inzet definitief verloren.
Minimum- en maximuminzetten. Deze zijn in Nederland, in overeenstemming met het geen gemiddeld in het buitenland gebruikelijk is, vastgesteld als volgt.
Wij hebben de lof van de machine reeds gezongen in het overzicht van haar geschiedenis. Ze is een toonbeeld van vernuft en vindingrijkheid in het zoeken naar de grootst mogelijke zekerheid dat alleen het toeval zich manifesteert, zodat de speler fair behandeld wordt. Men oordelezelf op grond van de volgende beschrijving.
In een houten, cilindrisch gevormde bak draait een schijf op een metalen spil. Deze schijf, waarvan het bovengedeelte een gladde oppervlakte heeft, die enigszins hol is, is
verdeeld in 37 vakjes, die door kleine schotjes van elkaar zijn gescheiden. De vakjes, die afwisselend rood en zwart gekleurd zijn, bevatten ieder een van de nummers 1 tot en met 36, plus een 0, die rood noch zwart is. Boven de schijf steekt een metalen stang uit, die voorzien is van een kruisvormig bovenstuk, waardoor het de croupier mogelijk is de schijf in beweging te brengen. In de rand van de cilinder zijn twaalf of veertien hindernissen aangebracht, bestaande uit ruitvormige, metalen, enigszins dikke plaatjes, die om en om hun korte of lange kant naar het midden van de schijf richten. De employé die belast is met de bediening van het apparaat, is verplicht de schijf telkens te laten draaien in de richting tegenovergesteld aan die van de vorige draaibeurt. Valt er een jeton op de draaischijf terwijl deze zich in draaiende beweging bevindt, dan moet de croupier het spel stoppen, het balletje terugnemen, het in het laatst uitgekomen nummer terug plaatsen en het eerst daarna opnieuw werpen. (Dit laatste dient om de spelers de gelegenheid te geven te zien welk nummer het vorige was.) Zolang de middelpuntvliedende kracht het balletje in de rand van de cilinder houdt, kunnen de spelers doorgaan met inzetten. Het balletje, dat dus tegen de draaiing van de schijf in is geworpen, zal op zijn tocht vanzelfsprekend in aanraking komen meteen of meer van de ruitvormige obstakels die zich in de rand van de cilinder bevinden. Dit zal zeker het geval zijn zodra het balletje zijn vaart vertraagt en op het punt staat in de schijf te vallen. Voordat het zover is, kondigt de croupier aan: .. Rien ne va plus” (Niets meer inzetten). Van dat ogenblik af is iedere inzet verboden.
Het behoeft onzes inziens geen betoog dat bij deze gang van zaken iedere suggestie omtrent beïnvloeding van het spel door de croupier naar het rijk der fabelen moet worden verwezen. Te meer als men bedenkt dat het balletje ook na het .. Rien ne va plus” nog ettelijke obstakels kan raken en zelfs dikwijls nog op de schijf zelf aarzelt en heen en weer gaat voordat het in een vakje rolt. Wij herinneren eraan dat deze vakjes geheel willekeurig genummerd zijn. Die willekeur is echter niet zonder zin en weldoordacht: indien de nummers in volgorde over rood en zwart waren verdeeld, dan zouden de kansen op rood of zwart met even of oneven samenvallen. Dit heeft men dus vermeden door de nummers te mengen.
Van de oneven nummers die onder manque horen of onder passe, zijn er telkens vijf rood en vier zwart (zie afbeelding). Rood zijn 1, 3, 5, 7 en 9, zwart zijn 11, 13, 15 en 17. Van de oneven nummers die passe zijn, zijn er vijf rood: 19,21,23,25 en 27, en zwart zijn de vier nummers 29, 31, 33 en 35, met andere woorden: de laagste vijf nummers zijn rood, de vier andere zwart.
Daarentegen zijn er van de even nummers onder manque vijf zwart, namelijk 2, 4, 6, 8 en 10, en Vier rood: 12, 14, 16 en 18. Van de even nummers onder passezijn er vijf zwart: 20, 22, 24, 26 en 28, en vier rood: 30, 32, 34 en 36.
Er zijn nog meer vernuftigheden te ontdekken in de rouletteschijf: wanneer men de schijf in twee helften deelt door midden door de sector ° een lijn te trekken, die dan aan de overkant tussen de 5 en de 10 uitkomt, dan constateert men dat de nummers van passe en manque elkaar, beginnend met nummer 32 (naast de 0 gelegen), afwisselen tot men bij manque 1 ° is aangeland. Dan draait de volgorde zich voor de tweede helft van de schijf om, begint met 5 manque en eindigt met passe 26. De 0 is dus wel op een goed doordachte plaats aangebracht, namelijk tussen 32 en 26. Door deze verdeling van de passe- en manque-nummers wordt het samenvallen van rood en zwart met even en oneven vermeden. Op beide helften van de cirkel wisselen negen zwarte en negen rode nummers elkaar af. Optelling van alle nummers op de ene of de andere helft van de schijf geeft als resultaat dezelfde som, te weten 333. Voorts liggen links alle rode en rechts alle zwarte nummers van manque. Alle zwarte nummers van passe liggen daar entegen links en alle rode rechts. Ook de dozijnen zijn gelijkelijk over de linker- en rechterhelft verdeeld: alle rode nummers van het eerste dozijn liggen links, alle zwarte rechts. Omgekeerd liggen van het derde dozijn de zwarte links en de rode rechts. Van het midden dozijn (13 tot en met 24) liggen telkens drie rode en drie zwarte nummers op iedere helft. Men zal moeten toegeven dat de uitvinder van dit alles (behalve van de 0), Pascal, een knap stuk werk heeft geleverd.
Tafelkassen
Zodra men een tableau in gebruik neemt, worden de jetons en plaques die het zogenaamde tafel voorschot vormen (hieronder verstaat men het voorschot van de centrale kas aan de tafels), naar het tableau overgebracht in een speciaal voor dit doel bestemde doos. De jetons en plaques worden dan op de tafel uitgestald, geteld en nagezien door de croupier die daartoe is aangewezen. De geconstateerde som wordt met luider stem genoemd en onmiddellijk, ook indien reeds publiek aanwezig is, ingeschreven in het daarvoor bestemde boek, dat voor gezien wordt getekend door de verantwoordelijke directeur. Dit gaat alles enigszins plechtig in zijn werk. Het publiek mag gerust zien hoe het gaat.ja, de aanwezigheid van het publiek wordt zelfs op prijs gesteld, omdat de bank er belang bij heeft dat iedereen weet dat het eerlijk toegaat.

Hoe groot is nu het bedrag aan jetons en plaques dat per tafel voorhanden is? Dit varieert natuurlijk naargelang de maximale inzetmogelijkheden. maar is steeds aan de hoge kant. Men wil zoveel mogelijk voorkomen dat de voorraad tussentijds moet worden aangevuld. Bedragen van f 50.000, ja van f 100.000 zijn geen uitzondering.

Het einde van de partij (men spreekt in het reglement ook van “zitting”) toont eenzelfde beeld als het begin, maar dan in omgekeerde volgorde. Tegen sluitingstijd kondigt de croupier aan dat de laatste drie coups in aantocht zijn. Zijn die voorbij, dan wordt de kas opgemaakt, dat wil zeggen er wordt geconstateerd of er meer of minder jetons zijn dan bij het begin. Een en ander wordt weer, desgewenst in het bijzijn van het publiek, in het bij het tableau behorende boek geschreven, waarna wordt getekend. Het publiek, al dan niet rijker dan het gekomen is, kan zijn jetons en plaques bij de kassa inwisselen. Hiertoe is men zelfs verplicht, want het casino heeft er belang bij dat deze jetons in zijn kas blijven. Het komt echter nogal eens voor dat het publiek er enkele mee naar huis neemt als aandenken of om ze bij een volgende gelegenheid te gebruiken. Het is niet ongewoon dat men in een plaats waar een casino gevestigd is, in een café van een kelner bij wijze van wisselgeld een jeton krijgt: de jetons zijn dan als het ware
gangbare munt geworden. Het is natuurlijk van het hoogste belang dat jetons en plaques niet nagemaakt kunnen worden. Er zijn enkele firma’s die zich op de fabricage van deze stukken hebben toegelegd en een hoge graad van perfectie daarin hebben bereikt. Als men deze fabrieken binnenkomt, krijgt men hetzelfde gevoel als wanneer men bij de vervaardiger van bankbiljetten op bezoek gaat: overal zijn maatregelen genomen om misbruik te voorkomen en ervoor te waken dat dit materiaal, dat tenslotte in geld kan worden omgewisseld, in verkeerde handen kan komen.
Spelverloop
Zodra de speeltafel in orde is gemaakt en er spelers aanwezig zijn, kan het spel beginnen. Zelfs als er zich maar één speler meldt en hij erop staat dat er gespeeld wordt, dient men aan zijn verzoek te voldoen.

Om onze casino’s te betreden, behoeft men niet over bijzondere kennis te beschikken, zelfs niet de spelregels te kennen, geen feestelijke kleding te dragen, niet over veel geld te beschikken en zich slechts aan een minimum van formaliteiten te onderwerpen. Men mag komen in het pakje dat men verkiest (natuurlijk binnen de grenzen van het aanvaardbare) en men zal eerder opvallen in avondtoilet dan in zijn dagelijkse plunje. Het enige vereiste is dat men zich kan legitimeren. Daarvoor heeft men geen paspoort of persoonsbewijs nodig (al is dat natuurlijk het meest afdoende in de kwestie waarom het gaat, namelijk te bewijzen dat men de achttienjarige leeftijd heeft bereikt). Zoals bij iedere “vermakelijkheid” zal men voorts entree moeten betalen. Men kan dat doen voor één dag, doch ook voor langere perioden (week, maand). De prijzen kunnen verschillen per casino, doch zullen waarschijnlijk voorlopig niet hoger liggen dan f5 per dag.

De toegangsvoorwaarden liggen dus in Nederland lager dan in de meeste Europese landen, waar een betrekkelijk uitvoerige registratie nodig is en waar men dikwijls entree laat betalen voor lange perioden, hetgeen uiteraard duurder uitkomt. Men heeft dit alles bij ons niet gewild, wetend dat de Nederlander er een broertje aan dood heeft in kaartsystemen te worden vastgelegd met al zijn persoonlijke gegevens, wetend ook dat de Nederlander een vrijheidlievend iemand is, die zich niet direct voor lange tijd wil binden en liever de kat eerst eens uit de boom kijkt. Dit kijken zouden we degene die voor het eerst een casino bezoekt en bijvoorbeeld nog nooit met de gokbus mee naar Knokke is geweest, ten zeerste willen aanraden.
Want er valt een heleboel te zien en, als men zich echt thuis wil voelen in het casino, ook te … leren.
Nadat men hoed en/of jas in de vestiaire heeft achtergelaten, komt men langs de jetonkassa, waar de fiches, die men in casinoland meestal met de naam jetons (voor de kleine waarden) en plaques (grote waarden) aanduidt, kunnen worden aangeschaft. Let wel: kunnen, niet móèten. Niemand kan u beletten om alleen maar eens te komen kijken, zonder te spelen. U bent daarin volkomen vrij. Maar de meesten zullen het toch “ook eens willen proberen” .
Zodra u dan de speelzaal bent binnengetreden, ziet u een schouwspel dat u mogelijk al vertrouwd is door uw verbeeldingskracht. Want bijna iedereen heeft wel eens iets over een casino gelezen of er iets van in een film gezien en zich daar dus een voorstelling van gemaakt. Men ziet een aantal groen beklede tafels, met aan het eind een ronde, houten bak, waarin een schijf draait. Op de tafel zelf is het zogenaamde tableau getekend. Om dit alles heen zitten de spelbedienden of croupiers, van wie één zich bezighoudt met het laten draaien van de roulettemachine, een ander met het bijeenharken van de inzetten of het helpen van spelers bij het inzetten, weer een ander met het uitbetalen van de winst. Sommige bezoekers zullen zich afvragen waar de tafels gebleven zijn die men vroeger veel zag, waarin zich in het midden de roulettemachine bevond en aan weerskanten een tableau. Men ziet ze nog maar zelden, omdat het systeem verouderd is: men heeft door ervaring geleerd dat het publiek en het casino er belang bij hebben te spelen op zogenaamde enkele tafels. Op dubbele tafels kwam het natuurlijk herhaaldelijk voor dat op het ene tableau drukker gespeeld werd dan op het andere. Derhalve moesten de spelers van het ene tableau wachten op de afrekening van het andere. Dit vertraagde het tempo van het spel, tot ongerief van gasten en gastheer. Vandaar dat de moderne casino’s werken met enkele tafels, in Frankrijk ook wel sous-marins (onderzeeërs) genaamd.

Iedere tafel is bemand met een spelleider of chef de tab Ie, twee croupiers ter zijde van de tafel, die om beurten de machine bedienen, de winsten uitbetalen en de verloren inzetten bijeenharken, en een croupier aan het einde van
de tafel dat zich tegenover de machine bevindt, die de spelers helpt bij het doen van hun inzetten en zijn collega’s bij hun taak. Bij minder druk spel kunnen deze vier man tot drie worden gereduceerd.

De croupiers bedienen zich van een hark (ra tea u), waarmee zij op bewonderenswaardig vlugge wijze de jetons en plaques weten te manipuleren. Ook de spelers kunnen desgewenst een kleiner model hark ter beschikking krijgen, zodat zij niet gedwongen zijn over de tafel heen te reiken. Een zaalchef houdt toezicht op verscheidene tafels. Er wordt van de croupiers een zo hoge mate van concentratie verlangd, dat zij in de regel om het uur of zelfs om het halfuur worden afgelost. De croupiers lossen elkaar ook af bij het draaien van de roulette en het werpen van het balletje. Dit geeft het publiek een nog grotere garantie dat er niet geknoeid wordt.
het tableau
Het tableau, waarop de inzetten worden gedaan, is in de lengte in drieën gedeeld. Het middelste vak bevat de 36 nummers en aan het hoofd de zero (nul), die zich het dichtst bij de machine (cylindre) bevindt. De nummers zijn verdeeld over drie kolommen, ieder van twaalf nummers. Ze staan in volgorde, telkens drie naast elkaar. Onder aan iedere kolom is een vakje vrijgehouden voor hen die op de twaalf nummers van de kolom willen zetten. Links en rechts van de cijfers bevinden zich de inzetmogelijkheden voor de zogenaamde enkelvoudige kansen en de dozijnen (eerste, tweede of derde dozijn).

Hier volgt een overzicht van de verschillende inzetmogelijkheden. Rood of zwart. Op de rouletteschijf zijn de nummers afwisselend rood en zwart. Passe of manque (afkomstig van het Franse dépasse la moitiè en manque la moitié) zijn respectievelijk de nummers van 19 tot en met 36 en 1 tot en met 18.
Pair of impair. Er zijn even (pair) en oneven (impair) nummers.
Dit zijn de zogenaamde enkelvoudige kansen, die ieder
90 50% kans op winst bieden, omdat ze t 8 van de 36 nummers bestrijken. Het zal duidelijk zijn dat als zwart wint, rood verliest en omgekeerd. Zou iemand op zwart én rood, of op passe én manquetegelijk zetten, dan gebeurt er niets.
Dozijnen. Aan het einde van de inzetvelden voor de enkelvoudige kansen bevinden zich de vakjes voor de dozijnen, te weten de nummers 1 tot en met 12 (eerste dozijn, aangeduid met de P van Première, 13 tot en met 24 (tweede dozijn, aangeduid met de M van Milieu of Moyenne) en 25 tot en met 36 (derde dozijn, aangeduid met de D van Dernière).
Een ijzeren wet, die de gehele roulette beheerst, is dat de grootte van de uitbetaling evenredig is aan het risico dat men met zijn inzet neemt, met andere woorden: hij die zijn risico beperkt tot 50% door op een enkelvoudige kans te zetten, krijgt 1 x uitbetaald indien hij wint. Daar hij, zoals bij iedere uitbetaling op de roulette, zijn inzet mag behouden, haalt hij dus 2 x zijn inzet uit het spel. Speelt hij op een dozijn, waarbij zijn kans een derde is (of op een kolom, waarvan er ook drie zijn), dan staat het hem, als hij wint, vrij zijn inzet plus een uitbetaling van 2 x die inzet, derhalve 3 x het ingezette bedrag, uit het spel te halen. Als men dit principe in het oog houdt, zal men begrijpen hoe de uitbetalingen op de meervoudige kansen (de nummers) in elkaar zitten.
Bij deze nummerkansen zet de speler op een of meer nummers, al ofniet tegelijk. Hij kan dus eenjeton plaatsen op een of meer volle nummers, maar ook op een combinatie van nummers. Op die manier komt men tot de volgende mogelijkheden.
Plein (vol nummer). Op alle nummers, ook op de 0 kan op deze manier gezet worden. Bij winst krijgt de speler 35 x zijn inzet uitbetaald (met behoud van zijn inzet, hetgeen we nu verder maar niet herhalen).
A cheval. Daaronder verstaat men het spelen op twee nummers door middel van een (ofmeer)jeton(s), die men plaatst op de grens tussen twee nummers. Dit kan zowel de zijgrens als de boven- of benedengrens zijn. Ook bij deze wijze van zetten kan de 0 “meegenomen” worden, dus men zet 1 plus 0, 2 plus 0 of 3 plus O. Komt een van beide nummers uit, dan ontvangt men 17 maal zijn inzet. Transversale pleine. Deze omvat de drie nummers die naast elkaar op een rijtje staan, bijvoorbeeld 1, 2 en 3 of 13, 14 en 15. Er zijn dus twaalf transversales plein es. Men zet op een van de twee zijkanten van zo’n rijtje. Als transversale pleine geldt ook de inzet op de 0, 1 en 2 of 0, 2 en 3. Daartoe zet men op de plaatsen waar-ëe verticale lijnen de dwarslijn tussen 0 en 1, 2,3 snijden. Deze inzet wordt 11 x uitbetaald, zodat men 12 x de inzet eruit haalt. Carré. Hierbij speelt men vier nummers. Men zet op het snijpunt van vier bij elkaar liggende nummers, bijvoorbeeld het snijpunt van l 7,18,20 en 21. Wint men, doordat van de vier nummers een uitkomt, dan krijgt men 8 x uitbetaald. Met een carré staan ook de eerste vier (quatre premiers) gelijk, te weten 0, t, 2 en 3. Men zet dan op het snijpunt van de verticale lijn die het nummerveld begrenst en de dwarslijn tussen 0 en de eerste drie nummers. Transversale simpte. Deze omvat de zes nummers van twee aan elkaar grenzende horizontale rijtjes, dus twee transversales pleines, bijvoorbeeld 10, 11, t 2, 13, 14 en 15. Er zijn dus elf dergelijke mogelijkheden. Om te zetten plaatst men zijn jeton op het punt waar de dwarslijn tussen de twee groepjes van drie nummers op de verticale begrenzing van het nummerveld stoot. Als een van de zes nummers uitkomt, wordt 5 x uitbetaald.