Om onze casino’s te betreden, behoeft men niet over bijzondere kennis te beschikken, zelfs niet de spelregels te kennen, geen feestelijke kleding te dragen, niet over veel geld te beschikken en zich slechts aan een minimum van formaliteiten te onderwerpen. Men mag komen in het pakje dat men verkiest (natuurlijk binnen de grenzen van het aanvaardbare) en men zal eerder opvallen in avondtoilet dan in zijn dagelijkse plunje. Het enige vereiste is dat men zich kan legitimeren. Daarvoor heeft men geen paspoort of persoonsbewijs nodig (al is dat natuurlijk het meest afdoende in de kwestie waarom het gaat, namelijk te bewijzen dat men de achttienjarige leeftijd heeft bereikt). Zoals bij iedere “vermakelijkheid” zal men voorts entree moeten betalen. Men kan dat doen voor één dag, doch ook voor langere perioden (week, maand). De prijzen kunnen verschillen per casino, doch zullen waarschijnlijk voorlopig niet hoger liggen dan f5 per dag.

Logo Casino Bonus Bedrag Rating Bezoek
polder casino Polder Casino 50% €198,60 Speel!
klaver casino Klaver Casino 100% €150 Speel!
no bonus casino No Bonus Casino 5% Cashback Speel!

De toegangsvoorwaarden liggen dus in Nederland lager dan in de meeste Europese landen, waar een betrekkelijk uitvoerige registratie nodig is en waar men dikwijls entree laat betalen voor lange perioden, hetgeen uiteraard duurder uitkomt. Men heeft dit alles bij ons niet gewild, wetend dat de Nederlander er een broertje aan dood heeft in kaartsystemen te worden vastgelegd met al zijn persoonlijke gegevens, wetend ook dat de Nederlander een vrijheidlievend iemand is, die zich niet direct voor lange tijd wil binden en liever de kat eerst eens uit de boom kijkt. Dit kijken zouden we degene die voor het eerst een casino bezoekt en bijvoorbeeld nog nooit met de gokbus mee naar Knokke is geweest, ten zeerste willen aanraden.
Want er valt een heleboel te zien en, als men zich echt thuis wil voelen in het casino, ook te … leren.
Nadat men hoed en/of jas in de vestiaire heeft achtergelaten, komt men langs de jetonkassa, waar de fiches, die men in casinoland meestal met de naam jetons (voor de kleine waarden) en plaques (grote waarden) aanduidt, kunnen worden aangeschaft. Let wel: kunnen, niet móèten. Niemand kan u beletten om alleen maar eens te komen kijken, zonder te spelen. U bent daarin volkomen vrij. Maar de meesten zullen het toch “ook eens willen proberen” .
Zodra u dan de speelzaal bent binnengetreden, ziet u een schouwspel dat u mogelijk al vertrouwd is door uw verbeeldingskracht. Want bijna iedereen heeft wel eens iets over een casino gelezen of er iets van in een film gezien en zich daar dus een voorstelling van gemaakt. Men ziet een aantal groen beklede tafels, met aan het eind een ronde, houten bak, waarin een schijf draait. Op de tafel zelf is het zogenaamde tableau getekend. Om dit alles heen zitten de spelbedienden of croupiers, van wie één zich bezighoudt met het laten draaien van de roulettemachine, een ander met het bijeenharken van de inzetten of het helpen van spelers bij het inzetten, weer een ander met het uitbetalen van de winst. Sommige bezoekers zullen zich afvragen waar de tafels gebleven zijn die men vroeger veel zag, waarin zich in het midden de roulettemachine bevond en aan weerskanten een tableau. Men ziet ze nog maar zelden, omdat het systeem verouderd is: men heeft door ervaring geleerd dat het publiek en het casino er belang bij hebben te spelen op zogenaamde enkele tafels. Op dubbele tafels kwam het natuurlijk herhaaldelijk voor dat op het ene tableau drukker gespeeld werd dan op het andere. Derhalve moesten de spelers van het ene tableau wachten op de afrekening van het andere. Dit vertraagde het tempo van het spel, tot ongerief van gasten en gastheer. Vandaar dat de moderne casino’s werken met enkele tafels, in Frankrijk ook wel sous-marins (onderzeeërs) genaamd.

Iedere tafel is bemand met een spelleider of chef de tab Ie, twee croupiers ter zijde van de tafel, die om beurten de machine bedienen, de winsten uitbetalen en de verloren inzetten bijeenharken, en een croupier aan het einde van
de tafel dat zich tegenover de machine bevindt, die de spelers helpt bij het doen van hun inzetten en zijn collega’s bij hun taak. Bij minder druk spel kunnen deze vier man tot drie worden gereduceerd.

De croupiers bedienen zich van een hark (ra tea u), waarmee zij op bewonderenswaardig vlugge wijze de jetons en plaques weten te manipuleren. Ook de spelers kunnen desgewenst een kleiner model hark ter beschikking krijgen, zodat zij niet gedwongen zijn over de tafel heen te reiken. Een zaalchef houdt toezicht op verscheidene tafels. Er wordt van de croupiers een zo hoge mate van concentratie verlangd, dat zij in de regel om het uur of zelfs om het halfuur worden afgelost. De croupiers lossen elkaar ook af bij het draaien van de roulette en het werpen van het balletje. Dit geeft het publiek een nog grotere garantie dat er niet geknoeid wordt.
het tableau
Het tableau, waarop de inzetten worden gedaan, is in de lengte in drieën gedeeld. Het middelste vak bevat de 36 nummers en aan het hoofd de zero (nul), die zich het dichtst bij de machine (cylindre) bevindt. De nummers zijn verdeeld over drie kolommen, ieder van twaalf nummers. Ze staan in volgorde, telkens drie naast elkaar. Onder aan iedere kolom is een vakje vrijgehouden voor hen die op de twaalf nummers van de kolom willen zetten. Links en rechts van de cijfers bevinden zich de inzetmogelijkheden voor de zogenaamde enkelvoudige kansen en de dozijnen (eerste, tweede of derde dozijn).

Hier volgt een overzicht van de verschillende inzetmogelijkheden. Rood of zwart. Op de rouletteschijf zijn de nummers afwisselend rood en zwart. Passe of manque (afkomstig van het Franse dépasse la moitiè en manque la moitié) zijn respectievelijk de nummers van 19 tot en met 36 en 1 tot en met 18.
Pair of impair. Er zijn even (pair) en oneven (impair) nummers.
Dit zijn de zogenaamde enkelvoudige kansen, die ieder
90 50% kans op winst bieden, omdat ze t 8 van de 36 nummers bestrijken. Het zal duidelijk zijn dat als zwart wint, rood verliest en omgekeerd. Zou iemand op zwart én rood, of op passe én manquetegelijk zetten, dan gebeurt er niets.
Dozijnen. Aan het einde van de inzetvelden voor de enkelvoudige kansen bevinden zich de vakjes voor de dozijnen, te weten de nummers 1 tot en met 12 (eerste dozijn, aangeduid met de P van Première, 13 tot en met 24 (tweede dozijn, aangeduid met de M van Milieu of Moyenne) en 25 tot en met 36 (derde dozijn, aangeduid met de D van Dernière).
Een ijzeren wet, die de gehele roulette beheerst, is dat de grootte van de uitbetaling evenredig is aan het risico dat men met zijn inzet neemt, met andere woorden: hij die zijn risico beperkt tot 50% door op een enkelvoudige kans te zetten, krijgt 1 x uitbetaald indien hij wint. Daar hij, zoals bij iedere uitbetaling op de roulette, zijn inzet mag behouden, haalt hij dus 2 x zijn inzet uit het spel. Speelt hij op een dozijn, waarbij zijn kans een derde is (of op een kolom, waarvan er ook drie zijn), dan staat het hem, als hij wint, vrij zijn inzet plus een uitbetaling van 2 x die inzet, derhalve 3 x het ingezette bedrag, uit het spel te halen. Als men dit principe in het oog houdt, zal men begrijpen hoe de uitbetalingen op de meervoudige kansen (de nummers) in elkaar zitten.
Bij deze nummerkansen zet de speler op een of meer nummers, al ofniet tegelijk. Hij kan dus eenjeton plaatsen op een of meer volle nummers, maar ook op een combinatie van nummers. Op die manier komt men tot de volgende mogelijkheden.
Plein (vol nummer). Op alle nummers, ook op de 0 kan op deze manier gezet worden. Bij winst krijgt de speler 35 x zijn inzet uitbetaald (met behoud van zijn inzet, hetgeen we nu verder maar niet herhalen).
A cheval. Daaronder verstaat men het spelen op twee nummers door middel van een (ofmeer)jeton(s), die men plaatst op de grens tussen twee nummers. Dit kan zowel de zijgrens als de boven- of benedengrens zijn. Ook bij deze wijze van zetten kan de 0 “meegenomen” worden, dus men zet 1 plus 0, 2 plus 0 of 3 plus O. Komt een van beide nummers uit, dan ontvangt men 17 maal zijn inzet. Transversale pleine. Deze omvat de drie nummers die naast elkaar op een rijtje staan, bijvoorbeeld 1, 2 en 3 of 13, 14 en 15. Er zijn dus twaalf transversales plein es. Men zet op een van de twee zijkanten van zo’n rijtje. Als transversale pleine geldt ook de inzet op de 0, 1 en 2 of 0, 2 en 3. Daartoe zet men op de plaatsen waar-ëe verticale lijnen de dwarslijn tussen 0 en 1, 2,3 snijden. Deze inzet wordt 11 x uitbetaald, zodat men 12 x de inzet eruit haalt. Carré. Hierbij speelt men vier nummers. Men zet op het snijpunt van vier bij elkaar liggende nummers, bijvoorbeeld het snijpunt van l 7,18,20 en 21. Wint men, doordat van de vier nummers een uitkomt, dan krijgt men 8 x uitbetaald. Met een carré staan ook de eerste vier (quatre premiers) gelijk, te weten 0, t, 2 en 3. Men zet dan op het snijpunt van de verticale lijn die het nummerveld begrenst en de dwarslijn tussen 0 en de eerste drie nummers. Transversale simpte. Deze omvat de zes nummers van twee aan elkaar grenzende horizontale rijtjes, dus twee transversales pleines, bijvoorbeeld 10, 11, t 2, 13, 14 en 15. Er zijn dus elf dergelijke mogelijkheden. Om te zetten plaatst men zijn jeton op het punt waar de dwarslijn tussen de twee groepjes van drie nummers op de verticale begrenzing van het nummerveld stoot. Als een van de zes nummers uitkomt, wordt 5 x uitbetaald.